maandag 8 september 2014

Wie goed doet...

Als ik aan een nieuwe uitdaging begin, neem ik me altijd voor niet teveel hooi op mijn vork te nemen. 100% inzet is genoeg. Tijd is tijd, je kunt tenslotte geen ijzer met handen breken. Toch merk ik dat ik binnen de kortste keren alle grenzen zoveel mogelijk oprek. Waarom doe ik dat eigenlijk?

Ten eerste denk ik altijd, als ik nu extra mijn best doe voor diegene, dan kan ik ook weer eens wat terugvragen. Daarnaast heb ik er een hekel aan om zaken half af achter te laten. Als ik iets af heb, geeft dat rust. Rust is goed. Bovendien zit ik, als ik met een project bezig ben, er vaak zo diep in dat ik de wereld om me heen vergeet. Geen idee hoe laat het is, soms kijk ik op en is het ineens donker. Kan iemand die zo druk en lawaaierig is, zich toch zo afsluiten? Ehhh...ik denk het wel. Ik hoop ook dat, door mijn tomeloze inzet, een ander meer ruimte heeft zijn/haar eigen zaken af te maken dan wel te regelen. Ik ben graag op de hoogte van de hoed èn de rand, dus in alle potjes roeren past heel goed bij me.

Toch loop ik elke keer weer tegen een storende factor aan: verwachting. Ik heb zo'n bloedhekel dat mensen altijd maar van alles van anderen verwachten, zonder daarvoor iets terug te willen geven. Of gewoon dat ze verwachtingen van anderen hebben. Die zijn vaak veel te hoog gespannen, of totaal buiten bereik. Maar ik ben geen haar beter. Ik verwacht ook tegenprestaties van anderen. Weliswaar heb ik, naar mijn mening, alles wat ik in me heb gegeven, maar toch.

Waarom verwacht ik dingen van anderen? Ik heb al zo vaak mijn neus gestoten en toch blijf ik er maar tegenaan duwen. Is het een soort van koppigheid? Zoiets van: 'ooit moet ergens iemand in de gaten hebben wat ik voor ze doe en dat waarderen'. Of is het gewoon stupiditeit? Is het een of ander stom automatisme dat haast niet uit te roeien is. Ik geef toe, als ik iets doe, doe ik dat met hart en ziel, dan is het moeilijk me ervanaf te houden. Misschien moet ik gewoon echt eens ophouden met voorbij het randje gaan. Zo een meter erbinnen blijven, van alle kanten. Ook al erger ik me dood aan mensen die zo zijn, zij raken nooit overspannen. Het kan ze allemaal geen donder schelen. Al vergaat de wereld, als zij met hun ene schaapje op het droge zitten (eentje is genoeg, je zou het er eens druk mee krijgen), is het goed genoeg.

Na 41 jaar in dit lijf te hebben gezeten, weet ik inmiddels dat het mij onmogelijk is zo te worden. Ook dat is iets wat je in je moet hebben. Dus in plaats van mijn 'onverschillig' masker op te zoeken, pak ik mijn pen en schrijf ik het maar van me af. Dat schijn ik te kunnen. Grappig, het verbaast me telkens weer hoe mensen reageren op mijn schrijfwerk. In mijn ogen doe ik maar wat. Ik heb een idee en mijn vingers doen het werk. Ik denk eigenlijk nauwelijks na over wat ik schrijf of over hoe het op papier moet. Als ik uitgetikt ben, lees ik pas wat er staat. Op wat punten en komma's na verandert er dan nog weinig. Soms haal ik er een stukje uit, soms typ ik ergens nog een regeltje tussen. Schrijven is mijn uitlaatklep, dat een ander daar van geniet, of wat van leert, of iets aan heeft, vind ik fijn. Dat mijn vrienden me laten weten dat ze achter me staan, sterkt me. Ik ben ik en dat is goed (ik herhaal de ooit door mezelf geschreven dichtregel een keer of 50, ooit moet ik het geloven toch?). Langzaam worden mijn gedachten weer overzichtelijk, kan ik weer door het rode waas heenkijken.

Publiceer ik deze tekst? Als je het hebt gelezen had ik een stoere-vrouwen-dag en heb ik gewoon op verzenden gedrukt. Kans ook dat ik dat niet heb gedaan. De soep is inmiddels lauwer en lijkt niet zo interessant meer dat 'ie gegeten moet worden. Maar het hield me wel zo bezig dat ik erover moest schrijven. Mmm... Gauw maar even een stukje breien voordat ik weer allerlei andere projecten bedenk die meteen moeten, omdat ze echt niet kunnen wachten...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen